Zondag 7 september: reis naar Brussel in het teken van Adolphe Sax

zon, 07/09/2014 - 23:59
Met de zon als onze bondgenoot, liep de jaarlijkse fanfarereis als een gesmeerde trein. We hebben genoten van Brussel.
 
Goedgeluimd verzamelden vijfenzestig reislustigen in de ochtenddauw aan het station van Bouwel. Het treintje kwam zo. De reis naar de hoofdstad verliep voorspoedig. Vanuit Brussel Centraal was het maar een bergopje om Instrumentenmuseum te bereiken. Daar hadden Jos, Cis en Gie al onze instrumenten veilig weggeborgen.  
 
Eerst bezochten we de tentoonstelling ter ere van de 200e verjaardag van de geboorte van Adolphe Sax, opgebouwd rond de indrukwekkende collectie Sax-instrumenten. Maar op heel wat muzikanten maakte vooral het terras met zijn schitterend uitzicht op zonnig Brussel indruk. De boterhammen verorberden we in het café van poppentheater Toone met een eerste pint geuze.
 
  
 
En dan werd het even ernstig. Wim Verhulst van het Instrumentenmuseum (MIM) had in de zomermaanden acht fanfares en harmonies uitgenodigd om het Sax200 jaar luister bij te zetten: “Hierbij maakten we geen onderscheid naar categorie. En geen enkel korps is door de mand gevallen.”  De fanfare van Herenthout moest, omdat die zondag het park bezet was door het Stripfestival, uitwijken naar de Esplanade aan de Albertina-bibliotheek. Maar dat was, gezien vanuit het Instrumentenmuseum aan de overkant van de straat. “Jullie zaten daar goed: met de trappen vooraan kwam de klank van de fanfare goed tot zijn recht. En jullie waren goed. Ik had natuurlijk gevraagd geen zware stukken te spelen, maar het repertoire van de hafabra-verenigingen ligt overal in dezelfde lijn: filmmuziek en veel popdeuntjes – drie fanfares brachten ‘Grace Kelly’ van Mika (nvdr: waarschijnlijk in een arrangement van Frank Bernaerts). Onze opzet om wat levendige muziek op saxinstrumenten aan een breder publiek voor te stellen, is gelukt. En dat was de bedoeling.”
 
 
 
Als een volleerd conferencier dirigeerde Patrick ons door het luchtige programma. Hij bespeelde de enthousiaste luisteraars op de trappen voor ons. Met het permanente komen en gaan, typisch aan een toeristische attractie, zat die tribune met een kleine 200 man steeds goed vol.  In het eerste deel van ons concert van een uur, stonden onze jeugdige muzikanten (met hun gele t-shirts) in het zonnetje.  Met ‘When the Koalas do the Conga with the Kangaroos’ proefden ze een eerste keer van het meespelen met de grote fanfare.  In  'Adventures Games' werden ook enkele muzikanten van de jeugdband in de schijnwerpers gezet. Kobe Van Vlerken kreeg een geapprecieerde solo in ‘Free again’. De aandachtige toeschouwers bewonderden zijn panache op de trompet. Dan kregen de slagwerkers Abel Van Steenweghen en Robbe Van Hool hun stukje. Wat later was Pieter Van Steenweghen op alt sax aan de beurt.  In het tweede deel brachten we enkele klassiekers uit ons repertoire zoals ‘Eres Tu’, ‘Les Champs Elysées’, met de ‘The Longest Day’ als afsluiter. Het was prettig spelen voor zo’n dankbaar publieK
 
  
 
Na het concert trok ieder voor enkele uren de stad in. De jeugd ging naar het Warandepark waar een stripfestival bezig was. “Maar er waren vooral Franse strips. We hebben moeten zoeken om een stand met Vlaamse strips. Gelukkig was tekenaar (en Herenthoutenaar) Charles Cambré in de buurt aan het handtekenen”, vertelt een tevreden Jelle Van Vlerken, Daarna ging dat groepje op bezoek in het koninklijk Paleis.  De grootste groep verkende het Bierfeest op de Grote Markt. Deze muzikanten ontdekten er een hele trits onbekende, lekkere bieren, zoals Dupont en Saint Feuillien. Trompetist en kenner Patrik De Ridder: “La Chouffe Soleil was voor mij de ontdekking van deze bierrijke namiddag (n.v.d.r.: dit is een frisser zomerbier dat slechts tot oktober beschikbaar blijft. De winterse tegenhanger is het bruine N’Ice Chouffe). Ook Super des Fagnes en Rader zijn me bijgebleven.” Een derde groepje maakte een wandeling langs een tiental Brusselse ‘landmarks’, zoals de Zavelkerk, het Martelarenplein, de Grote Markt en natuurlijk Manneken Pis.
 
 
Om zes uur kwam iedereen terug bijeen voor de poorten van het Stadhuis. Tien minuten later stonden we in de Sint-Gorikshallen waar voor 65 man de tafel gedekt stond. Kaaskroketten, friet met waterzooi of stoofvlees, afgerond met chocomousse of een flink beroomde wafel, dit alles besprenkeld met witte wijn, mousserend fruitsap (die daar wijn genoemd werd) en andere drankje. Niemand ging met honger terug naar het Centraal Station. Moe maar tevreden ploften we ons in de treinzetels. 
 
De volgende repetitie zat de scene van zaal vol glunderende muzikanten die nog nagenoten van het zonnige Brussel.